Hoewel er in Nederland ongeveer 1,2 miljoen mensen zijn met diabetes, bestaan er enorm veel misverstanden over deze ziekte. Vreemd eigenlijk. Als één op de vijftien mensen diabetes heeft, zou je toch verwachten dat iedereen wel iemand kent met deze chronische ziekte. Van die 1,2 miljoen mensen hebben ongeveer 1,1 miljoen diabetes type 2 en ruim 100.000 mensen diabetes type 1. Als ik die getallen hoor, vind ik het eigenlijk niet meer zo gek dat er zoveel misverstanden over diabetes type 1 zijn.
Vijf misverstanden over diabetes type 1
Om eerlijk te zijn wist ik er zelf ook niet veel van voordat ik gediagnosticeerd werd met diabetes type 1. In mijn directe omgeving kwam het niet voor en daardoor wordt het al snel een ver-van-je-bed-show.
De afgelopen maanden heb ik veel verschillende reacties gehad op mijn diagnose — en daarmee ook veel verschillende opvattingen en misverstanden. Daarom wil ik graag de vijf meest gehoorde misverstanden met jullie delen.
Als je diabetes hebt, mag je geen suiker meer eten
Onjuist. Maar wel een logische gedachte. Diabetes wordt ook wel suikerziekte genoemd en daardoor kom je al snel tot de conclusie dat iemand met diabetes geen suiker meer mag eten. Het probleem bij diabetes type 1 is echter niet zozeer de suiker zelf, maar het tekort aan insuline.
Bij mensen zonder diabetes maakt de alvleesklier netjes insuline aan wanneer er koolhydraten gegeten worden. Deze koolhydraten worden door het lichaam afgebroken tot glucose en vervolgens zorgt insuline ervoor dat de glucose opgenomen kan worden in het lichaam.
Bij diabetes type 1 wordt er geen (of vrijwel geen) insuline meer aangemaakt en blijft de glucose in het bloed rondcirculeren — wat niet helemaal de bedoeling is.
Daarom moeten mensen met diabetes zelf insuline toedienen wanneer ze koolhydraten eten. Dat betekent dat ik gewoon Ben & Jerry’s, chips en taart mag eten, mits ik daar de juiste hoeveelheid insuline voor toedien. Zolang het geen hele zak spekjes is natuurlijk.


Dat mensen met diabetes geen suiker meer mogen eten is denk ik één van de grootste misverstanden die er is. Gelukkig is het niet waar en kan ik nog steeds genieten van twix-ijsjes en ander lekkers.
Wat ook wel eens vergeten wordt, is dat het bij diabetes niet alleen om suikers gaat, maar om koolhydraten. Bijna alle voedingsmiddelen bevatten koolhydraten, met uitzondering van bijvoorbeeld vlees, vis, eieren en sommige kazen. De aardappeltjes uit de oven zitten bijvoorbeeld boordevol koolhydraten en juist voor dit soort voedingsmiddelen heb ik meer insuline nodig — wat je misschien niet direct zou verwachten.
Wél is het handig om koolhydraatvrij te drinken. Als je gedurende de dag dranken met koolhydraten drinkt, is dit moeilijk te reguleren en is de kans groter dat je hoge bloedglucosewaarden krijgt. Water, thee of suikervrije dranken zoals cola light en crystal clear zijn daarom meestal een betere keuze.
Mijn buurman had het ook, hij is ervan genezen!
Mooi verhaal, maar helaas: het is (nog) niet mogelijk om diabetes type 1 te genezen. Insuline is geen geneesmiddel. Insuline zorgt ervoor dat mijn bloedglucosewaarden gereguleerd kunnen worden en dat ik in leven blijf. Het is helaas niet zo dat als ik een paar maanden insuline gebruik, ik opeens genezen ben.
Er bestaan ook veel websites die verkondigen hét helende programma gevonden te hebben om diabetes te genezen met allerlei fancy diëten. Ook dit is in het geval van diabetes type 1 klinkklare onzin. Helaas.
Als je eenmaal goed ingesteld bent, gaat alles automatisch
Ook dit is één van de grootste misverstanden. Helaas is het niet zo makkelijk. Het is niet alleen een kwestie van meten, koolhydraten tellen en insuline spuiten. Stress, hormoonschommelingen, lichamelijke activiteit, slaap en ziekte hebben allemaal effect op je bloedglucosewaarden.
“Waarom neem je dan geen pomp? Die doet alles automatisch!”
Ook dit is helaas niet helemaal waar. Hoewel ik zelf geen insulinepomp heb en deze voorlopig ook nog niet zal krijgen, moet je ook met een pomp blijven meten, opletten en bijregelen. Sommige systemen ondersteunen gedeeltelijk automatisch, maar het reguleren van bloedglucosewaarden is (nog) niet volledig te automatiseren.
Diabetes en alles wat daarbij komt kijken heb je 24/7. Ook met een insulinepomp.
Als je altijd stabiele waarden hebt, krijg je geen complicaties
Dat zou fijn zijn hè? Na mijn diagnose werd ik geconfronteerd met alle mogelijke complicaties en op zo’n moment voelt het écht alsof er opeens tien jaar van je leven afgesnoept wordt. Het hebben van diabetes type 1 geeft een verhoogd risico op onder andere oogproblemen, hart- en vaatziekten, nierproblemen en zenuwschade.
Ook als je ervoor zorgt dat je je bloedglucosewaarden netjes reguleert, zijn deze complicaties helaas niet volledig uitgesloten. Wel is aangetoond dat goede regulatie het risico aanzienlijk vermindert. Het is dus zeker niet zinloos — maar ook geen garantie.
Je had het kunnen voorkomen door gezond te leven
Ja en nee. In mijn geval, met diabetes type 1, niet. Bij diabetes type 2 is inderdaad bekend dat overgewicht en een ongezonde leefstijl het risico vergroten. Bij diabetes type 1 is dit niet het geval.
Het is niet zo dat ik door de vele snoepjes die ik heb gegeten of de sigaretten die ik heb gerookt uiteindelijk diabetes heb gekregen. Diabetes type 1 ontstaat doordat het afweersysteem de insulineproducerende cellen in de alvleesklier aanvalt. Waarom dit precies gebeurt, weten wetenschappers nog steeds niet.
Met dit artikel hoop ik voor meer duidelijkheid te zorgen rondom de misverstanden over diabetes type 1. Het is een chronische ziekte die vaak onderschat wordt, maar een flinke impact heeft.
Gelukkig is er goed mee te leven en worden er elke dag stappen gezet op het gebied van onderzoek en nieuwe technologieën.
Voor wie behoefte heeft aan een duidelijke uitleg van diabetes type 1: ik schreef eerder een artikel waarin ik in Jip-en-Janneke-taal uitleg wat diabetes type 1 precies is.



