In de maand november wordt er extra aandacht gevraagd voor diabetes. Zo vindt er een collecte plaats en besteden ook de media extra aandacht aan deze ziekte. Vandaag, zaterdag 14 november, is het World Diabetes Day. Gek maar waar, het voelt toch alsof je met z’n allen over de hele wereld een beetje verbonden bent. Voor mij is het ook een moment om stil te staan bij de emoties die diabetes met zich meebrengt.
Niet omdat ik op zoek ben naar meer begrip of lieve woorden, maar omdat diabetes, en met name diabetes type 1, voor sommigen nog onbekend is of enorm wordt onderschat. Daarom wil ik graag de emoties delen die ik in de eerste zeven maanden na mijn diagnose heb ervaren.
De emoties die ik ervaar met diabetes type 1
Trots
Omdat ik vanaf de eerste dag na mijn diagnose verantwoordelijkheid heb genomen voor mijn diabetes en mijn kop niet in het zand heb gestoken. Ik had wekenlang als een ziek vogeltje van verdriet in bed kunnen liggen en stiekem had ik dat ergens ook wel verwacht, maar dat is niet gebeurd. Natuurlijk heb ik ook mijn mindere momenten, maar ik ben trots dat ik het allemaal zo volwassen en rationeel heb aangepakt.
Verdrietig
Omdat ik aan de ene kant ‘de bikkel’ wil zijn. Het meisje dat zich niet klein laat maken en gewoon verdergaat met haar leven. Terwijl ik me regelmatig beter voordoe dan ik me daadwerkelijk voel.
Soms heb ik de behoefte om in de auto te stappen, naar een leeg strand te rijden en keihard te schreeuwen. Alleen maar schreeuwen. Al die emoties. De blinde paniek die ik soms voel. De tranen die ik soms weglach. Mijn verdrietige blik die ik van het ene op het andere moment omtover tot een glimlach als iemand vraagt of alles wel goed gaat.
Of het goed gaat? Ja, natuurlijk!
Blij
Omdat ik in de afgelopen maanden veel lieve lotgenootjes heb mogen ontmoeten, zowel online als in het echte leven. Het is een verschrikkelijke rotziekte, maar ik ben gelukkig niet alleen. Je voelt je, ondanks dat je elkaar misschien nog nooit in het echt hebt gezien, enorm verbonden omdat je elkaar begrijpt en in hetzelfde schuitje zit.
Bang
Heel erg bang. Omdat ik weet wat er kan gebeuren. Niet alleen de mogelijke complicaties op de langere termijn maken mij bang, maar ook de onvoorspelbaarheid.
Wat als ik een keer niet wakker word tijdens een nachtelijke hypo? Wat als mijn bloedglucose opeens flink daalt terwijl ik achter het stuur zit?
Ik probeer die gedachten te ontwijken en er niet te lang bij stil te staan, maar ze zijn er wel…
Boos
Omdat mijn lichaam een fout heeft gemaakt. Maar ook omdat ik soms onbegrip ervaar. Mensen die denken dat het allemaal wel meevalt en het nodig vinden om dat met mij te delen of er grapjes over te maken.
“Ach, er is prima mee te leven, het is niet alsof je kanker hebt of zo…”
Dat maakt het voor mij niet minder vervelend.
Deze emoties wisselen elkaar voortdurend af. Op sommige dagen overheerst de angst, op andere dagen juist de trots of het verdriet. Juist dat maakt leven met diabetes voor mij soms zo intens.

De werkelijkheid van leven met diabetes type 1
Vandaag leef ik 206 dagen met diabetes. Inmiddels ben ik de tel van de hoeveelheid hypo’s kwijtgeraakt. Wat betreft nachtelijke hypo’s zit ik nu op ongeveer vijftien. Dat betekent dat ik gemiddeld eens per twee weken midden in de nacht trillend op de bank ijsthee, dextro en een Sultana zit weg te werken.
Gemiddeld prik ik zeven keer per dag in mijn vinger. Dat betekent inmiddels 1.442 vingerprikken. Omdat het inmiddels een gewoonte is geworden, merk ik ook dat ik steeds minder in mijn rechtervingers prik. Daardoor blijven de plekjes zichtbaar. Uiteindelijk verdwijnen ze weer, maar dat kost tijd.
Naast de vingerprikjes spuit ik voor alle maaltijden insuline. Gemiddeld zo’n vier keer per dag. Dat staat gelijk aan 824 insuline-injecties in mijn buik, zoals je op de eerste foto kunt zien, of in mijn been voor het slapen gaan.
En dan te bedenken dat deze cijfers, die ik persoonlijk al behoorlijk hoog vind, nog maar het begin zijn. Mensen die al jarenlang met diabetes type 1 leven, hebben een veelvoud hiervan meegemaakt.



